Art. VI.91/1–7 WER · Wet 4 april 2019

Onrechtmatige B2B-bedingen

De zwarte en de grijze lijst

Sinds 1 december 2020 moet élk beding in een contract tussen ondernemingen — onderhandeld of in uw algemene voorwaarden — één vraag overleven: schept het een kennelijk onevenwicht? De wet werkt met vier filters: een transparantieplicht, een zwarte lijst van vier absoluut verboden bedingen, een grijze lijst van acht verdachte, en een algemene norm die elk overig onevenwicht opvangt. De kern van de deal — voorwerp en prijs — ontsnapt aan de toets, maar enkel als hij duidelijk is. De sanctie is streng: het beding is nietig, en een te scherp boetebeding wordt doorgaans niet gematigd — u verliest het volledig.

De kerngedachte

Elk B2B-beding moet één vraag overleven: schept het een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen? Zo ja, dan is het beding onrechtmatig — en dus nietig.

4Zwarte-lijstbedingen
8Grijze-lijstbedingen
48uJPC-validatie
NietigSanctie per beding
Valt uw beding eronder?

Regels die elk B2B-contract én elk B2B-beding raken

De regeling geldt voor alle ondernemingen (art. I.8, 39° WER), ongeacht hun grootte en ongeacht of ze sterk of zwak staan, en voor alle bedingen — zowel in algemene voorwaarden als in onderhandelde clausules. Buiten het toepassingsgebied vallen enkel financiële diensten en overheidsopdrachten (art. VI.91/1). Elk beding loopt door vier filters.

Filter 1 · VI.91/2
TransparantieElk schriftelijk beding moet duidelijk en begrijpelijk zijn. Onduidelijkheid weegt mee in de onrechtmatigheidsbeoordeling.
Filter 2 · VI.91/4
Zwarte lijstVier bedingen zijn in alle omstandigheden verboden. De rechter verklaart ze nietig, zonder beoordelingsmarge.
Filter 3 · VI.91/5
Grijze lijstAcht bedingen worden vermoed onrechtmatig. Wie ze wil behouden, draagt de bewijslast van het tegendeel.
Filter 4 · VI.91/3
Algemene normDe vangnetnorm: elk overig beding dat een kennelijk onevenwicht schept tussen rechten en plichten.
Je mag over prijs en voorwerp vrij onderhandelen (dat toetst de rechter niet), maar je moet ze duidelijk formuleren, en de spelregels/clausules eromheen moeten evenwichtig zijn.
"Evenwichtig" betekent niet dat je een evenwichtige zaak doet of een correcte prijs betaalt, maar het betreft de correcte juridische verdeling van rechten en plichten in uw contract.
Praktijk

Eén addendum of verlenging maakt de volledige wet van toepassing op uw bestaande contract

De regeling grijpt in op elke overeenkomst die na 1 december 2020 wordt gesloten, hernieuwd of gewijzigd. Een ouder contract lijkt buiten schot — tot u het aanraakt. Een prijsindexatie, een bijlage, een verlenging: zodra u wijzigt of verlengt, valt het hele contract onder het volledige B2B-regime, inclusief de zwarte en grijze lijst. Screen dus vóór u een addendum tekent — niet erna.

De limitatieve lijsten

Uw contract getoetst aan onderstaande lijsten

De zwarte lijst (art. VI.91/4) somt bedingen op die altijd nietig zijn — geen tegenbewijs mogelijk, restrictief te lezen. De grijze lijst (art. VI.91/5) somt bedingen op die vermoed onrechtmatig zijn: u mag ze rechtvaardigen, maar de bewijslast ligt bij u.

Zwarte lijst — altijd nietig

Absoluut verboden bedingen

art. VI.91/4 WER · geen tegenbewijs · restrictief te interpreteren

Zodra een beding aan één van deze vier beantwoordt, moet de rechter het nietig verklaren. Hij heeft geen appreciatiemarge.

  • 1°Een onherroepelijke verbintenis van de andere partij, terwijl uw eigen prestaties afhangen van een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend van uw wil afhangt (zuiver potestatief).
  • 2°Uzelf het eenzijdige recht geven om een beding van de overeenkomst te interpreteren.
  • 3°De andere partij bij betwisting doen afzien van elk middel van verhaal tegen u.
  • 4°Op onweerlegbare wijze de kennisname of aanvaarding vaststellen van bedingen die de andere partij niet daadwerkelijk vóór het sluiten heeft kunnen kennen.
Gevolg: nietig van rechtswege, ambtshalve door de rechter op te werpen.
Grijze lijst — vermoed onrechtmatig

Verdachte bedingen (tegenbewijs mogelijk)

art. VI.91/5 WER · weerlegbaar vermoeden · bewijslast bij wie het beding inroept

Deze acht worden geacht onrechtmatig te zijn. Wilt u zo'n beding behouden, dan moet ú aantonen dat het in de concrete context géén kennelijk onevenwicht schept.

  • 1°Zonder geldige reden eenzijdig de prijs, kenmerken of voorwaarden wijzigen.
  • 2°Een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend verlengen zonder redelijke opzegtermijn.
  • 3°Zonder tegenprestatie het economische risico leggen bij de partij die het normaal niet draagt.
  • 4°Op ongepaste wijze de wettelijke rechten uitsluiten of beperken bij (gedeeltelijke) wanprestatie van de tegenpartij.
  • 5°Partijen verbinden zonder redelijke opzegtermijn.
  • 6°Uzelf bevrijden van aansprakelijkheid voor eigen opzet of zware fout (of die van uw aangestelden), of — behoudens overmacht — voor het niet uitvoeren van essentiële verbintenissen.
  • 7°De bewijsmiddelen beperken waarop de andere partij zich kan beroepen.
  • 8°Een excessief schadebeding: schadevergoeding die kennelijk niet evenredig is aan het nadeel dat u kan lijden.
Gevolg: nietig, tenzij u het vermoeden weerlegt — zie de matigingsval hieronder.
Valkuilen

Waar het in de praktijk misgaat

De regels lijken abstract, maar ze bijten op heel concrete plaatsen in een modelcontract. Dit zijn de valkuilen die het vaakst opduiken bij een scan — telkens met de vraag: houdt dit beding stand?

art. VI.91/5, 8° WER

De matigingsval: alles of niets

Is uw schadebeding te scherp, dan is het onrechtmatig en dus nietig. Anders dan bij een gewoon schadebeding (art. 5.88 BW, waar de rechter herleidt tot een redelijk bedrag) wordt een B2B-schadebeding volgens de dominante strekking en rechtspraak niet gematigd.

U valt dan terug op enkel uw werkelijk bewezen schade. Te ambitieus schrijven kost u het hele beding.

algemene norm · art. VI.91/3

Eenrichtingsverkeer is verdacht

Een boete, opzegvergoeding of exoneratie die enkel in úw voordeel speelt, zonder spiegelbeeld ten laste van uzelf, trekt meteen de aandacht. Asymmetrie is een klassieke bron van kennelijk onevenwicht.

Vraag bij elk beding: geldt dit ook omgekeerd?

vs. art. 5.52 BW

"We hebben toch onderhandeld"

De algemene onrechtmatige-bedingenleer in het nieuwe verbintenissenrecht (art. 5.52 BW) geldt enkel voor toetredingscontracten — bedingen waarover niet is onderhandeld. De WER-B2B-regeling kent die beperking niet: zij toetst álle bedingen, ook de onderhandelde.

Onderhandeling beschermt uw beding dus niet tegen deze wet.

art. VI.91/2 · VI.91/3, § 2

Vaagheid werkt tegen de opsteller

Aan een gebrek aan transparantie koppelt de wet geen automatische nietigheid. Maar onduidelijkheid weegt wél mee in de onrechtmatigheidsbeoordeling (art. VI.91/3) — ze kán, maar hoeft niet, tot onrechtmatigheid te leiden — en kan daarnaast een precontractuele fout opleveren.

En een onduidelijk kernbeding — ook prijs- of voorwerpbepaling — verliest zijn immuniteit en komt alsnog in de toets. Duidelijk formuleren is dus geen stijlkwestie.

overgangsrecht · sinds 1.12.2020

Een wijziging trekt alles mee

De regeling geldt voor overeenkomsten die worden gesloten, hernieuwd of gewijzigd na 1 december 2020. Een oud contract dat u aanpast, valt vanaf dan onder het volledige regime.

Elke addendum of verlenging is dus een moment om te screenen.

art. VI.91/5, 6° · vs. art. 5.89 BW

Exoneratie voor zware fout

Uzelf bevrijden van aansprakelijkheid voor zware fout staat op de grijze lijst, terwijl het gemeen recht (art. 5.89 BW) zo'n bevrijdingsbeding wél toelaat.

Let op de grens: art. 5.89, § 1 BW laat exoneratie voor zware fout uitdrukkelijk toe, maar § 2 verbiedt exoneratie voor opzettelijke fout en voor een aantasting van iemands leven of fysieke integriteit; het beding mag de overeenkomst evenmin van haar wezen ontdoen. Twee regimes, twee antwoorden voor dezelfde clausule.

De sanctie: nietig beding, contract blijft — en de rechter kijkt mee
  • 1Relatieve nietigheid van het beding (art. VI.91/6). Enkel het onrechtmatige beding valt weg; de overeenkomst blijft bindend zolang ze zonder dat beding kan voortbestaan. De bescherming speelt voor de zwakkere partij.
  • 2Ambtshalve toetsing. De rechter mag de onrechtmatigheid uit eigen beweging opwerpen, ook wanneer de partij zich er niet op beroept.
  • 3Stakingsvordering. De voorzitter van de ondernemingsrechtbank kan het gebruik van een beding doen stopzetten — ook op vordering van een beroeps- of interprofessionele vereniging.
  • 4Strafbaar enkel bij kwade trouw. Het loutere opnemen van een onrechtmatig beding is geen misdrijf, tenzij te kwader trouw (art. XV.84 WER).

En de bewijslast verschilt per spoor. Bij de zwarte lijst hoeft niemand een onevenwicht aan te tonen: die bedingen zijn altijd nietig en de rechter werpt dat ambtshalve op. Bij de grijze lijst is het vermoeden net omgekeerd — niet wie de nietigheid inroept, maar wie het beding wil behouden, moet bewijzen dat er géén kennelijk onevenwicht is. Enkel onder de algemene norm (art. VI.91/3) draagt de partij die zich op de onrechtmatigheid beroept de volle bewijslast. En omdat tussen twee professionals de machtsongelijkheid ontbreekt die het consumentenrecht veronderstelt, stellen rechters zich terughoudend op.

Nieuwste wetgeving

Het speelveld beweegt

De harde kern — de B2B-wet in het WER — staat niet alleen. Het nieuwe verbintenissen- en aansprakelijkheidsrecht schuift ernaast, en enkele sectoren kregen een eigen aanvulling. Eerst de ruggengraat, dan enkele sectorale uitbreidingen bij wijze van illustratie.

2020
B2B-wet · WER Wet 4 april 2019 · art. VI.91/1–7 · in werking 1 dec. · vierjaarlijkse evaluatie (VI.91/7) Van kracht
2023
Boek 5 BW · Verbintenissen 1 jan. 2023 · art. 5.52 (toetredingscontracten), 5.88 (matiging), 5.89 (exoneratie, ook zware fout) Van kracht
2025
Boek 6 BW · Buitencontractueel 1 jan. 2025 · hertekent samenloop & de speelruimte voor exoneratie Nieuw
—
Boek 7 BW · Bijzondere contracten o.m. aanneming · inwerkingtreding nog niet vastgesteld In de maak
Sectorale uitbreidingen — illustratief

Art. VI.91/7 laat toe om de zwarte en grijze lijst per sector aan te vullen, en dat gebeurt gefaseerd. De twee hieronder zijn de bekendste voorbeelden — geen volledige lijst. Ze staan hier als illustratie van hoe sectoraal maatwerk het basisregime aanscherpt.

Spoor A · art. VI.91/7 WER

Voedingsdetailhandel — aangevulde zwarte & grijze lijst

KB 20 juni 2024 · NACE 47.11 · commerciële samenwerking (supermarktfranchise)
  • Vult de lijsten van art. VI.91/4 en VI.91/5 aan, specifiek voor deze sector.
  • Waarborgt minimumrechten van franchisenemers tegenover een handvol grote spelers.
  • Het bekendste — maar niet het enige — gebruik van de machtiging in art. VI.91/7.
In regel tegen 1 jan. 2025 (nieuw/verlengd) of 1 mei 2025 (bestaand).
Spoor B · art. VI.109 WER

Landbouw- & voedselvoorzieningsketen — UTP

Wet 28 nov. 2021 (omzetting Richtlijn (EU) 2019/633) + KB 4 juli 2024
  • Apart regime van oneerlijke marktpraktijken tussen leveranciers en afnemers.
  • Belgisch luik (KB 2024): verbod op oneerlijke delisting — producten uit het rek halen als vergelding.
  • Geen automatisch opgelegde schadevergoedingen; geen automatische compensatie met de te betalen prijs.
Andere sanctielogica dan de bedingenleer: geen nietigheid (art. VI.91/6), maar administratieve sancties en waarschuwingen — o.m. een administratieve boete (art. XV.16/4 WER), gehandhaafd door de Economische Inspectie.

Illustratief, niet limitatief. De machtiging van art. VI.91/7 wordt gefaseerd ingezet: naast de voedingsdetailhandel bestaan er verdere sectorale uitbreidingen (o.m. de maritieme sector) en lopende initiatieven (zoals een ontwerp-KB voor energielevering aan ondernemingen). De lijst groeit; dit blok toont de aanpak, niet elk afzonderlijk besluit.