Een vooruitblik en richtlijnen bij uw contractswijzigingen.
Status per 29 september 2026: wet van 22 juli 2026, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 23 september 2026. Boek 7 treedt in werking op 1 september 2027.
De wet van 22 juli 2026 voegt het nieuwe Boek 7 in het Burgerlijk Wetboek in. Ze verscheen op 23 september 2026 in het Belgisch Staatsblad en treedt in werking op 1 september 2027. Aanneming, lastgeving en bewaargeving gaan daarin op in één regime voor dienstencontracten, met een eigen afdeling voor het onroerend bouwwerk.
Het grootste deel is aanvullend recht: u mag er contractueel van afwijken. Maar tussen ondernemingen ligt er een tweede grens overheen, de regels over onrechtmatige bedingen in het WER. Per onderwerp ziet u hieronder wat Boek 7 bepaalt, hoeveel ruimte u hebt om te onderhandelen en waar het WER die ruimte afsnijdt.
Aanneming, lastgeving en bewaargeving gaan op in één figuur. Alles wat geen lastgeving of bewaargeving is, heet aannemingscontract; bij bouwwerken heten de partijen ook aannemer en bouwheer.
De kwalificatie van het contract volgt uit de aard van de prestatie, niet uit de benaming die u eraan geeft in het contract.
VI.91/3 algemene norm
De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
Is de opdrachtnemer een onderneming, dan wordt het contract behoudens tegenbewijs vermoed onder bezwarende titel te zijn gesloten.
Het vermoeden is weerlegbaar: wie aantoont dat de opdracht kosteloos werd verricht, kan het tegenbewijs leveren.
VI.91/5, 7° bewijsmiddelen
Een beding dat het tegenbewijs tegen de kwalificatie uitsluit of beperkt, is vermoed onrechtmatig (verbod van beperking van bewijsmiddelen).
Dienstencontract betreffende een onroerend is elk contract over bouw, omvorming of afbraak van een onroerend bouwwerk of een belangrijk deel ervan, én voor intellectuele diensten daarover (architect, studiebureau).
Het toepassingsgebied is niet onderhandelbaar: of een contract onder de afdeling voor het onroerend bouwwerk valt, bepalen de partijen niet zelf.
Geen — geen beding mogelijk
De kwalificatie is een feitenkwestie, hoe je het ook omschrijft.
De opdrachtnemer voert uit voor de overeengekomen prijs. Bij forfait kan hij geen verhoging eisen, ook niet als de opdracht meer werk of uitgaven vereist.
Het prijstype (forfait, verrekenbare prijs of regie) en de procedure voor meerwerken kunnen partijen vrij bepalen in het contract.
VI.91/5, 1° + VI.91/2 + VI.91/3
Een prijsherzieningsformule die de aannemer toelaat eenzijdig en zonder geldige reden de prijs te wijzigen, staat op de grijze lijst en wordt vermoed onrechtmatig te zijn, behoudens tegenbewijs. Een onleesbare formule wordt bovendien uitgelegd tegen de opsteller ervan: bij een bestek is dat doorgaans de bouwheer of zijn architect, bij algemene aannemingsvoorwaarden de aannemer.
Uitzondering op het forfait bij vijf cumulatieve voorwaarden: omstandigheden die bij contractsluiting al bestonden en de uitvoering buitensporig bezwarend maken, dermate dat ze redelijkerwijze niet kan worden geëist; redelijkerwijze niet kenbaar; niet toerekenbaar; risico niet overgenomen; en niet uitgesloten door wet of contract. Bij mislukte heronderhandeling kan de rechter aanpassen of beëindigen.
De regeling geldt enkel bij een forfaitaire prijs, en bij een relatief forfait alleen voor het forfaitaire deel. Ze kan samen met imprevisie (art. 5.74) worden ingeroepen. Voorwaarde 5 laat uitdrukkelijk toe de regeling contractueel uit te sluiten, en voorwaarde 4 laat toe het risico bij de aannemer te leggen.
VI.91/5, 3° economisch risico
Boek 7 maakt het mogelijk de gevolgen van ongekende omstandigheden contractueel te regelen. Het WER begrenst die mogelijkheid: het risico van bijvoorbeeld een onbekende bodemgesteldheid zonder tegenprestatie bij de aannemer leggen, kan onder de grijze lijst vallen en wordt dan vermoed onrechtmatig te zijn. De voorbereidende werken zien de risico-overname (voorwaarde 4) wel als gewone contractvrijheid; het vermoeden is weerlegbaar, zeker wanneer het risico in de prijs is verrekend. Wordt het vermoeden niet weerlegd, dan is het beding nietig en herleeft artikel 7.4.8 volledig.
De prijs is betaalbaar op het tijdstip en de plaats van de levering. De prijs wordt vermoed de uitvoeringskosten te omvatten.
Partijen kunnen de betalingsmodaliteiten, betalingsschijven en vorderingsstaten vrij regelen in het contract.
VI.91/5, 4° + VI.91/5, 8°
Een beding dat de bouwheer belet betaling op te schorten bij wanprestatie van de aannemer, beperkt op ongepaste wijze zijn wettelijke rechten. Verwijlinteresten die kennelijk niet in verhouding staan, vallen onder het excessief schadebeding.
Komt de opdrachtgever zijn verbintenissen op een toerekenbare wijze niet na, dan beschikt de opdrachtnemer over de sancties opgesomd in artikel 5.83 BW, waaronder de exceptie van niet-uitvoering, de prijsvermindering en de ontbinding. De aannemer kan sancties cumuleren indien mogelijk (niet onverenigbaar).
De sancties zelf liggen vast, maar de manier waarop ze worden uitgeoefend (ingebrekestelling, termijnen en kennisgeving) blijft onderhandelbaar.
VI.91/4, 3° + VI.91/5, 4°
Voor de bouw is dit het recht van de aannemer om de werken stil te leggen bij niet-betaling. Een beding dat hem dat ontzegt, beperkt op ongepaste wijze zijn wettelijke rechten bij wanprestatie. Een absolute uitsluiting van elk recht op verhaal staat zelfs op de zwarte lijst (VI.91/4, 3°).
De opdrachtgever aanvaardt op de plaats en het tijdstip van de levering. De aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn, maar moet vaststaand zijn. De opdrachtnemer kan een uitdrukkelijke aanvaarding eisen.
Partijen kunnen de vormvereisten en de procedure van de aanvaarding volledig zelf bedingen.
VI.91/4, 2° + VI.91/5, 4° + 7°
Een beding dat de aannemer alleen laat uitmaken of de opdracht conform is, kan strijdig zijn met de zwarte lijst, met name het verbod om een beding eenzijdig te interpreteren (VI.91/4, 2°). De bouwheer mag evenmin de middelen worden ontzegd om schadevergoeding te eisen of in gebreke te stellen binnen de termijnen van Boek 7.
Aanvaarding zonder voorbehoud bevestigt dat tijdig is geleverd en dat er geen gebrek is dat een voorzichtige en redelijke opdrachtgever bij aandachtig onderzoek had kunnen ontdekken.
Partijen kunnen de draagwijdte van de aanvaarding zonder voorbehoud contractueel regelen.
VI.91/5, 4° + 7°
Een beding dat de dekking uitbreidt tot gebreken die bij aandachtig onderzoek niet zichtbaar waren, wordt vermoed onrechtmatig te zijn.
Alleen wanneer het contract het bepaalt, kan je werken met een voorlopige en definitieve oplevering. Zwijgt het contract, dan is er geen dubbele oplevering. Bedingt het contract een dubbele oplevering, dan vindt de inontvangstname plaats bij de voorlopige oplevering en de aanvaarding pas bij de definitieve oplevering; de termijnen die aan de aanvaarding gekoppeld zijn, starten dan later.
Partijen kunnen de oplevering zelf regelen. Wie wil dat de voorlopige oplevering als aanvaarding geldt, zoals in de praktijk gebruikelijk is, moet dat uitdrukkelijk bedingen.
VI.91/1 (toepassing in de tijd) + VI.91/3
Wie de oplevering regelt in een lopende overeenkomst, wijzigt die overeenkomst en trekt haar daarmee integraal onder het B2B-regime, ook voor bedingen die dateren van vóór 1 december 2020. De regeling mag bovendien de kernverplichtingen van partijen niet uithollen, noch de rechtsmiddelen van Boek 7 beperken. De facto moet alles dan opnieuw bekeken worden.
Heeft de bouwheer ontwerp en controle aan een architect of derde toevertrouwd, dan wordt de aanvaarding van het bouwwerk behoudens tegenbewijs vermoed ook de aanvaarding van de uitvoering van de opdracht van de architect te zijn.
Het vermoeden is weerlegbaar, en de architectenovereenkomst kan een eigen moment van aanvaarding bedingen.
VI.91/5, 7° bewijsmiddelen
Een beding dat het vermoeden onweerlegbaar maakt (om de architect te beschermen), ontneemt de bouwheer zijn tegenbewijs en is vermoed onrechtmatig.
Strekt de opdracht tot vervaardiging of bouw van een goed, dan leidt de aanvaarding tot eigendomsoverdracht ervan. Eigendom van de geleverde materialen gaat afzonderlijk over door incorporatie.
Partijen kunnen een eigendomsvoorbehoud bedingen en de gevolgen van de incorporatie van materialen contractueel regelen.
VI.91/3 algemene norm
Bedingen moeten duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd en mogen geen kennelijk onevenwicht creëren. Een eigendomsvoorbehoud dat bijvoorbeeld eenzijdig doorwerkt na betaling kan onrechtmatig zijn indien zij een kennelijk onevenwicht tussen de partijen creëert.
Het risico gaat over op de opdrachtgever op het ogenblik van de levering van de opdracht.
De risico-overgang staat los van de eigendomsoverdracht. Partijen kunnen het tijdstip ervan contractueel vervroegen of uitstellen.
VI.91/5, 3° economisch risico
Het risico vervroegen naar een moment waarop de bouwheer nog geen controle heeft, legt het economische risico zonder tegenprestatie bij de partij die het normaal niet draagt. Dergelijk beding staat op de grijze lijst en wordt vermoed onrechtmatig te zijn.
Conform is wat beantwoordt aan het contract én aan wat de opdrachtgever redelijkerwijze kan verwachten. De opdrachtnemer staat in voor elk gebrek dat minstens in de kiem bestond bij levering, voor zover toerekenbaar.
Boek 7 neemt afscheid van het klassieke onderscheid: zichtbare en verborgen gebreken vallen onder één conformiteitsbegrip, met één kennisgevings- en verjaringsregeling (art. 7.4.18 en 7.4.19). Het onderscheid speelt enkel nog bij de aanvaarding, die de zichtbare gebreken dekt (art. 7.4.9). De beschrijving van de prestatie in het contract wordt daardoor bepalend.
VI.91/2 transparantie
Hoe vager het bestek, hoe ruimer de redelijke verwachting van de opdrachtgever wordt geïnterpreteerd, en hoe groter de kans dat het kernbeding zijn immuniteit verliest en dus mee aan de kennelijke redelijkheidstoets wordt onderworpen.
De opdrachtgever bewijst dat het gebrek minstens in de kiem bestond bij levering. Toerekenbaarheid van de aannemer wordt beoordeeld volgens art. 5.225 BW: de fout beoordeeld volgens het criterium van een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.
Partijen kunnen contractuele afspraken maken over het bewijs.
VI.91/5, 7° bewijsmiddelen
Elk beding dat de bewijsmiddelen van de bouwheer inperkt — enkel tegensprekelijke expertise, enkel schriftelijke vaststelling — is vermoed onrechtmatig.
De opdrachtnemer staat alleen in voor gebreken die aan het licht komen binnen tien jaar vanaf de aanvaarding van de afgewerkte opdracht.
Partijen kunnen de termijn inkorten voor gewone gebreken, maar niet voor gebreken die de stabiliteit bedreigen.
VI.91/5, 4° + 6°
Een sterke inkorting sluit op ongepaste wijze de wettelijke rechten uit bij wanprestatie en wordt als verkapte exoneratie beoordeeld.
De opdrachtgever meldt binnen een redelijke termijn na ontdekking, op straffe van verval. De opdrachtnemer kan dat verval niet inroepen als hij het gebrek kende en verzweeg.
Partijen kunnen in het contract concrete klachttermijnen bedingen.
VI.91/5, 6° verkapte exoneratie
Een klachttermijn van enkele dagen holt de aansprakelijkheid uit en benadert de bevrijding van aansprakelijkheid voor essentiële verbintenissen.
Verjaring twee jaar na kennisgeving en ten vroegste twee jaar na levering, geschorst tijdens ernstige onderhandelingen of deskundigenonderzoek. In elk geval vervalt het recht tien jaar en drie maanden na de aanvaarding.
Nieuw is de absolute buitengrens: het recht vervalt in elk geval tien jaar en drie maanden na de aanvaarding.
VI.91/5, 4°
Contractuele inkorting van de verjaring raakt het wettelijke recht bij wanprestatie; de schorsingsgronden wegbedingen versterkt het onevenwicht.
Aansprakelijk voor elk conformiteitsgebrek dat binnen tien jaar na aanvaarding aan het licht komt en de stabiliteit aantast of dreigt aan te tasten, zelfs door ongeschiktheid van de grond, voor zover te wijten aan een toerekenbare niet-nakoming.
Het gaat niet om een absolute garantieverbintenis, want er is een toerekenbare tekortkoming vereist. Contractueel afwijken is echter niet mogelijk.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Het WER voegt niets toe. Boek 7 sanctioneert zelf met absolute nietigheid.
Het recht vervalt tien jaar en drie maanden vanaf de aanvaarding. De kennisgevingstermijn van art. 7.4.18 geldt hier niet.
Er is geen ruimte om af te wijken. Nieuw zijn de drie extra maanden bovenop de klassieke tien jaar.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Een contractuele klachttermijn kan hier niet worden ingevoerd; de wet sluit art. 7.4.18 uitdrukkelijk uit.
Ieder beding dat de aansprakelijkheid voor deze gebreken uitsluit of beperkt, is absoluut nietig.
Er is geen enkele ruimte om de aansprakelijkheid te beperken, ook niet voor fouten van hulppersonen: een exoneratie voor onderaannemers is evenzeer nietig. Bedingen die de aansprakelijkheid verzwaren of uitbreiden, blijven wel geldig.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Let op het verschil in regime: absolute nietigheid kan door elke belanghebbende en ambtshalve worden ingeroepen, de relatieve nietigheid van VI.91/6 enkel door de beschermde partij.
Conformiteitsgebreken die de stabiliteit niet bedreigen, blijven onderworpen aan de artikelen 7.4.15 tot 7.4.19.
Voor lichte verborgen gebreken hebben partijen de volledige contractuele speelruimte.
VI.91/5
Wat niet stabiliteitsbedreigend is, is onderhandelbaar, maar elk beding moet getoetst worden aan de grijze lijst.
Artikel 5 van de Wet Breyne verwijst voortaan naar de artikelen 7.4.24 en 7.4.25 in plaats van naar de artikelen 1788 en 1789 oud BW. Artikel 6 wordt vervangen: de aansprakelijkheid van de verkoper voor stabiliteitsbedreigende conformiteitsgebreken in de zin van artikel 7.4.57 geldt mede ten aanzien van de achtereenvolgende eigenaars, maar de rechtsvordering kan enkel tegen de oorspronkelijke verkoper worden ingesteld.
Er is geen onderhandelingsruimte: de Wet Breyne is dwingend ten voordele van de koper of de bouwheer.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
de nieuwe standaardregel van één oplevering (art. 7.4.56) geldt niet voor woningbouwcontracten onder de Wet Breyne. Daar blijft de dubbele oplevering van artikel 9 van die wet dwingend opgelegd.
De opdrachtnemer mag een hulppersoon inschakelen, tenzij de aard of strekking van de opdracht zich daartegen verzet.
Partijen kunnen goedkeuringsclausules voor onderaannemers en een verbod op verdere uitbesteding vrij onderhandelen.
VI.91/5, 1° geldige reden
Een beding dat de bouwheer toelaat elke onderaannemer zonder geldige reden en zonder termijn te weigeren, wijzigt eenzijdig de voorwaarden van de uitvoering. Zie ook de afzonderlijke rij hieronder over het verbod op financiële onderaanneming.
De wet van 15 mei 2024 verbiedt in de bouw dat een onderaannemer het geheel van de uitvoering van zijn opdracht verder uitbesteedt, of dat hij zich beperkt tot de loutere coördinatie zonder zelf iets uit te voeren. Het verbod geldt vanaf het eerste onderaannemingsniveau; de hoofdaannemer die rechtstreeks met de opdrachtgever contracteert, valt erbuiten.
Er is geen onderhandelingsruimte. Het contract moet wel afbakenen welk deel de onderaannemer zelf uitvoert en welk deel hij mag doorgeven; die afbakening draagt het dossier bij een controle.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Van openbare orde, met sanctieniveau 4 van het Sociaal Strafwetboek. Een beding dat volledige uitbesteding toestaat, is nietig. Het WER voegt hier niets toe.
Betaalt de opdrachtnemer zijn hulppersoon niet, dan heeft die een rechtstreekse vordering tegen de opdrachtgever ten belope van de prestaties verricht ten behoeve van de opdrachtgever.
Er is geen onderhandelingsruimte. Het toepassingsgebied is fors verruimd ten opzichte van art. 1798 oud BW.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Niet onderhandelbaar.
Uitoefening op kennisgeving; onwerkzaam als zij de opdrachtgever bereikt na beslag of samenloop. Bij een keten kan elke hulppersoon de vordering uitoefenen tegen de opdrachtgever van zijn eigen contractpartij.
Er is geen onderhandelingsruimte. De rechtstreekse vordering behoudt haar onvolmaakte karakter.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Niet onderhandelbaar.
Bij betwisting tussen opdrachtnemer en hulppersoon, kan de opdrachtgever consigneren, en hij is daartoe verplicht als de opdrachtnemer of de hulppersoon dat schriftelijk vraagt.
Er is geen onderhandelingsruimte. De verplichting is nieuw tegenover de facultatieve regeling van art. 1798 oud BW.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Niet onderhandelbaar.
Elke beperking of uitsluiting van de rechtstreekse vordering wordt voor niet-geschreven gehouden.
Er is geen onderhandelingsruimte. De bepaling bevestigt wettelijk wat de rechtspraak al aannam.
Geen — geen afwijkend beding mogelijk
Zelfde sanctietechniek als art. VI.91/6, maar autonoom geregeld in Boek 7.
Beide partijen zijn tot wederzijdse samenwerking verplicht. De bouwheer levert instructies, inlichtingen, vergunningen en machtigingen; de aannemer verschaft informatie en laat controle toe, met behoud van zijn onafhankelijkheid. Zijn de instructies onaangepast of manifest onredelijk, dan kan hij de uitvoering weigeren of, indien hij toch instemt, voorafgaandelijk voorbehoud maken (derde lid). In bepaalde gevallen moet hij weigeren, bijvoorbeeld wanneer de instructie tot een manifest gevaarlijke situatie leidt.
De bepaling codificeert een verbintenis die al impliciet bestond. Ze weegt vooral op de bewijspositie van partijen bij vertraging.
VI.91/4, 3° + VI.91/5, 4°
Een beding dat de aannemer verbiedt zich te beroepen op laattijdige instructies of ontbrekende vergunningen, of dat hem zijn wettelijke weigeringsrecht ontneemt, doet hem afzien van elk verhaal — zwarte lijst — of beperkt minstens op ongepaste wijze zijn wettelijke rechten.
Treden meerdere opdrachtnemers op die elk afzonderlijk met de opdrachtgever contracteerden, dan verzorgt de opdrachtgever hun coördinatie.
Dit is vooral belangrijk bij nevenaanneming: de coördinatielast ligt wettelijk bij de bouwheer, tenzij het contract anders bepaalt.
VI.91/5, 3° economisch risico
Doorschuiven van de coördinatie naar één aannemer zonder vergoeding of bevoegdheid legt het economische risico bij de partij die het normaal niet draagt. Voorzie hiervoor een aparte vergoeding.
Elk van de opdrachtnemers is verplicht samen te werken met de andere opdrachtnemers.
De bepaling vormt een grondslag voor aanspraken tussen nevenaannemers onderling.
VI.91/4, 3° verhaal
Een beding dat aanspraken tussen nevenaannemers volledig uitsluit, doet afzien van elk middel van verhaal en is absoluut verboden.
De opdrachtnemer neemt binnen de grenzen van zijn opdracht de veiligheidsmaatregelen die de wet, de goede trouw en de gebruiken vereisen.
Partijen kunnen de verhouding tot de Welzijnswet contractueel afbakenen.
VI.91/5, 6° + art. 5.89, § 2 BW
Twee grenzen. Exoneratie voor zware fout staat op de grijze lijst; exoneratie voor opzet en voor aantasting van leven of fysieke integriteit is hoe dan ook verboden door het gemeen recht.
De opdrachtnemer vermijdt belangenconflicten wanneer wet, gebruik, contract of goede trouw dit vereisen.
De bepaling is vooral relevant voor studiebureaus en ontwerpers met banden met leveranciers.
VI.91/3 algemene norm
Een beding dat het belangenconflict vooraf laat aanvaarden zonder informatie, schept een kennelijk onevenwicht.
De opdrachtnemer informeert over moeilijkheden bij de uitvoering en, bij levering, over de wijze waarop hij heeft uitgevoerd.
De informatieplicht is een aanknopingspunt voor de waarschuwingsplicht en voor het as-builtdossier.
VI.91/5, 6° essentiële verbintenis
Aansprakelijkheid uitsluiten voor het niet-waarschuwen raakt een essentiële verbintenis en is vermoed onrechtmatig.
De opdrachtgever kan het contract van bepaalde duur te allen tijde opzeggen. Bij bezwarende titel vergoedt hij uitgaven, verliezen, geleverde prestaties en, behoudens andersluidend gebruik, de gederfde winst.
De bepaling volgt art. 1794 oud BW op. Partijen kunnen de vergoedingsposten forfaitair vastleggen.
VI.91/5, 8° excessief schadebeding
Een forfaitaire opzegvergoeding die kennelijk niet evenredig is, wordt volgens de dominante strekking niet gematigd zoals onder art. 5.88 BW, maar valt volledig weg. U keert dan terug naar bewezen schade.
De opdrachtnemer kan een contract van bepaalde duur onder bezwarende titel niet opzeggen.
Wil de aannemer kunnen uitstappen, dan moet die mogelijkheid uitdrukkelijk in het contract worden bedongen.
VI.91/5, 5° + 2°
Bij raamovereenkomsten: partijen verbinden zonder redelijke opzegtermijn, en stilzwijgende verlenging zonder redelijke opzegtermijn, staan beide op de grijze lijst.
De opdrachtgever kan zich niet beroepen op nietigheid wegens dwaling die voortvloeit uit een conformiteitsgebrek of uit een aanspraak van een derde.
De bepaling kanaliseert het geschil naar de remedies van art. 5.83 BW.
VI.91/4, 3° verhaal
Het geschil wordt gekanaliseerd, niet afgesneden. Een beding dat ook de remedies van art. 5.83 BW wegneemt, doet afzien van elk middel van verhaal.
De wet van 22 juli 2026 is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 september 2026 en treedt in werking op 1 september 2027; enkele artikelen traden in werking op de tiende dag na de bekendmaking. Boek 7 geldt voor contracten gesloten vanaf 1 september 2027.
Niet van toepassing. Boek 7 is niet automatisch van toepassing op bestaande contracten; het geldt voor contracten die vanaf 1 september 2027 worden gesloten. U hebt dus tot dan om uw contractmodellen te herwerken.
VI.91/1 e.v. — gesloten, hernieuwd of gewijzigd
Boek 7 geldt enkel voor nieuwe contracten vanaf 1 september 2027; het B2B-regime geldt voor elk contract dat na 1 december 2020 wordt gesloten, hernieuwd of gewijzigd. Bestaande contracten kunnen worden aangepast aan de bepalingen van Boek 7 indien partijen dit wensen, maar daarmee wordt het WER automatisch van toepassing op het gehele contract en dient dus het gehele contract te worden afgestemd op de bepalingen van het WER.
Links in elk onderwerp leest u Boek 7, rechts de WER-grens.
Laat uw aannemings-, onderaannemings- of architectenovereenkomst toetsen aan Boek 7 én aan de zwarte en grijze lijst, onder validatie van een ervaren jurist.